Woonwagencultuur erkend als Immaterieel Cultureel Erfgoed
Vrijdag 15 augustus is de Nederlandse woonwagencultuur op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed geplaatst. De plechtigheid ging gepaard met de overhandiging van een schildje met het logo van de Nationale Inventaris door Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), aan de voorzitter van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, Piet van Assendorp.
De Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland wil de tradities van de woonwagenbewoners levend houden in Nederland. Het bestuur van de vereniging heeft daarom het initiatief genomen de woonwagencultuur voor te dragen als immaterieel erfgoed op de Nationale Inventaris. In het ‘erfgoed-zorgplan’ hebben ze acties opgenomen om de cultuur te behouden en de tradities door te geven aan volgende generaties.
Toen in de loop van de 19e eeuw het wegennet in Nederland verbeterde, groeide ook de groep woonwagenbewoners: al rondtrekkend met hun wagen boden zij hun koopwaar of hun diensten aan. Overheden streefden er echter naar dit rondtrekken in te perken en in 1968 werden woonwagenbewoners verplicht ondergebracht op grote, regionale centra. Het rondtrekken werd niet verboden, maar het werd woonwagenbewoners wel lastiger gemaakt omdat er maar weinig zogenaamde ’trekkersplaatsen’ (plaatsen waar rondreizende bewoners tijdelijk konden staan) waren op de grote centra. Mede hierdoor konden bewoners moeilijker hun oorspronkelijke beroepen uitoefenen.
De overheid erkende al gauw dat de oprichting van de grote centra niet bijdroegen aan een betere positie van woonwagenbewoners, en integratie in de samenleving in de weg stond. De grote centra moesten daarom met ingang van de jaren zeventig alweer worden opgesplitst in kleine woonwagenlocaties in gemeenten. Dat stuitte op veel verzet onder woonwagenbewoners, die inmiddels waren gewend aan het met elkaar samenleven op een groot centrum en niets zagen in een nieuwe verplichte verhuizing. Meer dan tien grote centra zijn uiteindelijk ook nooit opgeheven en bestaan tot op de dag van vandaag.
De woonwagencultuur wordt sterk bepaald door het wonen in familieverband, niets is zo belangrijk als het bij elkaar kunnen wonen en dagelijks contact met elkaar hebben. De meest specifieke uiting van deze cultuur is de wooncultuur. Het gevoel van het wonen in een wagen is gebleven, ook al is de wagen nauwelijks meer mobiel. Nu door het gemeentelijk beleid nieuwe generaties gedwongen worden om in een ‘stenen huis’ te gaan wonen, is de Vereniging Behoud Woonwagencultuur bang dat daarmee ook de cultuur van de woonwagenbewoners verloren zal gaan. Daarom zet de Vereniging zich in om de tradities in stand te houden en door te geven aan volgende generaties.
De Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is een lijst van tradities in Nederland. Het doel ervan is om immaterieel erfgoed in Nederland zichtbaar te maken. Mensen kunnen zelf hun traditie voordragen voor opname op deze lijst.
Meer informatie:http://www.immaterieelerfgoed.nl

Super (Y) eindelijk!!!!!