Uitsterfbeleid in de praktijk

Gepubliceerd op 3 juli 2018 door redactie Het Wiel

Wat is dat eigenlijk, uitsterfbeleid? Hoe gaat dat in de praktijk? En wat kun je er als bewoner eventueel aan doen? Deze drie vragen staan in dit stuk centraal.

Uitsterfbeleid is wat mij betreft het niet langer uitgeven of verhuren van woonwagenstandplaatsen die door natuurlijk verloop (overlijden of verhuizen) leeg zijn gekomen. In principe is het dus geen actief beleid waarbij woonwagencentra worden opgeheven, maar het langzaamaan verminderen van het aantal bewoonde woonwagenstandplaatsen.

Helder en vaag

Hoewel het niet zo makkelijk is aan te tonen, merk ik wel dat steeds meer gemeenten een dergelijk uitsterfbeleid voeren. In de praktijk zijn gemeenten erg creatief in hun uitvoering.

Sommige gemeenten zijn gewoon helder en duidelijk. Ze hebben besluiten genomen om lege standplaatsen niet meer te verhuren of uit te geven. En die besluiten communiceren ze dan ook naar buiten toe en naar de bewoners. Dan weten de mensen in ieder geval waar ze aan toe zijn.

Andere gemeenten hebben allerlei vage excuses waarom de lege standplaatsen niet langer verhuurd worden. De standplaatsen zijn zo slecht dat het te duur is. De standplaatsen liggen al geruime tijd leeg en er zijn geen kandidaten voor. Of de ligging van het woonwagencentrum is niet goed voor de integratie van de woonwagenbewoners.

Praktijk

Sommige gemeenten wijzigen het bestemmingsplan en bestemmen het woonwagencentrum gewoon weg. Ze bestemmen het dan tot ‘groen’ of ‘agrarisch gebied’ of ‘industriegebied’. Dat levert echter niet zoveel op. Het duurt dan heel lang voordat de bewoners vertrokken zijn. Het mag ook niet zomaar. Als er nergens in het bestemmingsplan rekening wordt gehouden met vervangende ruimte, dan loopt de gemeente een grote kans op vernietiging van het bestemmingsplan door de Raad van State.

Andere gemeenten doen het anders. Zij bestemmen het woonwagencentrum wel positief, maar nemen dan gelijk een bepaling op die de mogelijkheid geeft – zodra de standplaats leeg komt – de bestemming te veranderen in ‘groen’.

Dat laatste is door de Raad van State voor één woonwagenkampje in Tiel goed gevonden. Daar in Tiel waren wel bijkomende omstandigheden. Zoals een hoogspanningsleiding, een gasleiding en een milieuzone in de nabijheid van het woonwagencentrum.

Wat kun je doen?

Als bewoner moet je altijd goed blijven letten op de gemeentelijke publicaties. Vaak kun je een internetabonnement nemen en dan krijg je alle besluiten van je gemeente op dat gebied te zien. In de plaatselijke kranten staat dit gemeentenieuws ook vaak, maar dan moet je die huis-aan-huis bladen natuurlijk wel in je brievenbus krijgen.

Je kunt er ook met zijn allen voor proberen te zorgen dat er geen standplaats vrij komt. Dan werkt het uitsterfbeleid namelijk niet. Woont u op een woonwagencentrum waarvan de gemeente of de woningbouwvereniging heeft besloten dat er een uitsterfbeleid voor geldt, blijf dan met elkaar in gesprek en geef tijdig aan elkaar door als je denkt aan verhuizen. Overleg met elkaar hoe je kunt voorkomen dat een standplaats daadwerkelijk leeg komt. Misschien vind je een nieuwe liefde of is er iemand uit een woning die wil ruilen. Als je al langer dan twee jaar met iemand anders een gezamenlijke gemeenschappelijke huishouding voert, vraag dan het medehuurderschap aan voor die persoon.

Positief nieuws

De Raad van State heeft onlangs een uitspraak gedaan over het woonwagencentrum Bergschenhoek. Hier kunnen andere bewoners misschien hun voordeel mee doen.

In de gemeente Bergschenhoek bestond al sinds 1969 een woonwagencentrum voor vijf wagens. In het bestemmingsplan is het pas in 1983 overgenomen. En in 1992 werd er een wagen op het centrum bijgezet. Acht jaar later – in 2000 – is er nog een wagen bijgekomen. Er staan nu dus zeven wagens.

Nu heeft de gemeente een nieuw bestemmingsplan gemaakt. Hierbij is er slechts plaats ingeruimd voor vijf woonwagens. De gemeente heeft als argument de brandveiligheid aangevoerd. Volgens de gemeente zou er namelijk tussen iedere woonwagen vijf meter ruimte moeten zijn.

De gemeente geeft verder aan dat, mocht er na de herinrichting blijken dat er toch voldoende ruimte is voor een zesde woonwagen, de gemeente dit niet zomaar zal afwijzen. De Raad van State is van mening dat de gemeente haar besluit onvoldoende heeft onderbouwd.

Vijf meter

Er bestaat geen wettelijke regel dat er tussen woonwagens een afstand van vijf meter moet zijn. Tegenwoordig mag een groepje van vier woonwagens (een zogenaamd ‘cluster’) dicht op elkaar staan. Er moet dan tussen dit groepje van vier wagens – en eventuele andere wagens – wel weer voldoende ruimte zijn.

In de zaak in de gemeente Bergschenhoek bleek dat er waarschijnlijk, na herinrichting, ruim voldoende plaats is voor zes woonwagens. En de Raad van State is van mening dat de gemeente hier nog eens serieus naar moet kijken. De gemeente Bergschenhoek wordt dan ook naar huis gestuurd om haar huiswerk over te doen.

Zo zie je dat het altijd kan lonen bezwaar aan te tekenen tegen nieuwe bestemmingsplannen waarbij de situatie verandert. De Raad van State kijkt hier kritisch naar.

door: Sjoerd Jaasma, advocaat woonwagenzaken

* Dit artikel werd eerder geplaatst in Wiel 6-2014

 

Reacties zijn gesloten.

Copyright © Het Wiel - Alle rechten voorbehouden. Het Wiel, Postbus 595, 3700 AN Zeist.